Contact
E info@verhuurdersbelangen.nl
P Postbus 333
  2740 AH Waddinxveen
T 085-732 55 26
F 085-732 55 21

Nieuws

Rechten en plichten bij faillissement verhuurder

3 oktober 2014

Hoewel de economie als een stoomtrein – traag maar gestaag - weer op gang komt zijn faillissementen nog steeds aan de orde van de dag.  Naar aanleiding van onze oproep in de vorige nieuwsbrief ontvingen wij de vraag wat je als huurder moet doen als de verhuurder (van bijv. bedrijfspand) failliet gaat. Wat gebeurt er met de huurovereenkomst? Wat moet je doen als je jouw vordering op de verhuurder nog niet is betaald en hoe zit het met het onderhoud van het bedrijfspand? 

Artikel 37 Faillissementswet
De wet lijkt een simpel antwoord te geven: in beginsel heeft de faillietverklaring geen gevolgen voor de bestaande wederkerige overeenkomsten. Een huurovereenkomst is zo’n wederkerige overeenkomst.  Het uitgangspunt is dan ook dat de huurovereenkomst niet wordt geraakt door het faillissement. Het is aan de curator om te bepalen wat er met de huurovereenkomst moet gebeuren. Artikel 37 van de Faillissementswet geeft de huurder een wapen om zich te verdedigen tegen een onwelwillende curator. Met dit artikel in de hand kun je als huurder aan de curator vragen of hij de huurovereenkomst na wenst te komen. Zet de curator voort, dan loopt het huurcontract gewoon door. Dus ook de onderhoudsverplichting. Wenst de curator de overeenkomst niet voort te zetten of laat hij niks horen, dan kan daarmee ook zijn recht om nakoming van de huurder te vorderen vervallen. Afhankelijk van de omstandigheden kan het mogelijk zijn om als huurder de overeenkomst wegens wanprestatie te ontbinden.

Stel dat je nog geld krijgt van de verhuurder, bijvoorbeeld omdat je als huurder onderhoud hebt gepleegd aan het gehuurde dat volgens het contract voor rekening van de verhuurder komt. Waarschijnlijk staat er in de huurovereenkomst een verrekenverbod waar de curator zich op zal beroepen. Dat betekent dat je niet (een deel van) de huur in mag houden omdat je nog geld van je verhuurder krijgt. Zo’n contractueel beding blijft in beginsel ook tijdens het faillissement van kracht, maar afhankelijk van de specifieke omstandigheden kan er soms van worden afgeweken. De wet maakt wel een belangrijk onderscheid tussen vordering van vóór en vorderingen ná de datum van 

faillissement, deze kunnen niet met elkaar verrekend worden.
Omdat iedere situatie en iedere curator verschillend is, is het van belang om tijdig juridisch advies in te winnen als je met een failliete wederpartij te maken krijgt. Dat geldt niet alleen voor huurovereenkomsten, maar voor alle overeenkomsten. De wet kan heel hard en onterecht voelen bij een faillissement en winnaars zijn er niet. Voorkom teleurstellingen en wees op tijd.

Juridisch vraagstuk voor de volgende maand:
Naar aanleiding van bovenstaand artikel rijst meteen de vraag: Wat zijn de rechten en plichten van een verhuurder als de huurder (persoon of bedrijf) failliet gaat? In de volgende editie van de nieuwsbrief zullen wij aandacht besteden aan de rechten en plichten van een verhuurder indien de huurder failliet gaat.